In gesprek met uurwerkmaker Nick Vanhaute

Gepubliceerd op  woensdag 16 jul 2025 om 14:32 uur
Nick uit Haacht herstelt courante, hedendaagse en antieke uurwerken. Hij herstelt en geeft advies over mechanische uurwerkinstallaties, fabrieksklokken en elektromechanische uurwerken. Hij onderhoudt ook de klok van de Sint-Remigiuskerk. Nick vertelt ons meer over zijn job.

Wat houdt je werk precies in?

Ik herstel horloges. Geen polshorloges, maar grote klokken: staande klokken bij de mensen thuis, schouwgarnituren, uurwerken met een slinger enzovoort. Dat zijn mechanische klokken, en dus moeten ze regelmatig hersteld worden. Er zijn bijna geen horlogemakers meer. Ook de opleiding in Antwerpen bestaat niet meer.

Is dat ook een opleiding die jij hebt gevolgd?

Ja, toen waren we met vijftien of zestien. Op den duur waren er maar twee of drie leerlingen meer, en dan zijn ze er mee gestopt. In Zwitserland kan je wel een opleiding volgen voor polshorloges. Vroeger was de gouden regel in de horlogerie: altijd eerst de grote klokken, het vuile werk, en dan de polshorloges. Maar ik ben altijd bij de grote klokken gebleven. Uit interesse heb ik me achteraf toegelegd op héle grote klokken, zoals in kerktorens. Daarvoor is er nu geen opleiding meer, in de toekomst zal dat wel een probleem worden.

Vanwaar heb je je passie voor klokken en uurwerken?

Mijn grootvader was fietsenmaker. Iets helemaal anders, maar er zijn raakvlakken. Veel van zijn materiaal gebruikte ik ook. Ik was nog maar zeven of acht jaar en ik haalde al een wekker uit elkaar, ik moest zien wat daar vanbinnen in zat. Als kind kreeg ik die de eerste keer natuurlijk niet terug in elkaar, maar na de vijfde keer wel. Die nieuwsgierigheid is er nog altijd: ik wil altijd zien wat er in een toestel zit.

Hoe ziet een typische werkdag voor jou eruit?

Mijn atelier is bij mij thuis, maar ik werk ook ter plaatse. Er komen regelmatig mensen langs die hun klok binnenbrengen, en die doen een babbeltje. Dat is een generatie die babbelt. Een grote staande klok brengen ze natuurlijk niet in z’n geheel, het binnenwerk wordt eruit gehaald. Bij de reparatie komt heel wat kijken: schilderen, schrijnwerk, metaalbewerking, rekenkunde, … . Zet een schilder, metaalbewerker en schrijnwerker bij mij en ze kunnen allemaal helpen, maar alleen gaat niemand het kunnen.

Wat zijn de grootste uitdagingen bij het herstellen en onderhoud van klokken?

Een klok die al jaren stilstaat, daar hoort meestal een verhaal bij. De herstelling is een heel proces: zo’n klok ziet vaak groen, en hangt vol opgedroogde olie en stof. Na een bad begint de klok opnieuw te schitteren. Het is altijd een speciaal moment om de eerste tikken opnieuw te horen, na zoveel jaar. Als mensen hun klok komen afhalen, zijn ze elke keer heel blij. Ik zie trouwens meer jonge mensen dan vroeger. Je hebt enerzijds een oudere generatie, die willen dat hun klok blijft werken, en anderzijds een jongere generatie die de oude staande klok van hun grootouders in de woonkamer wil zetten.

Wat is er zo speciaal aan de klok in Haacht?

De klok is geleverd door Michiels, een bedrijf dat heeft bestaan van 1861 tot midden jaren vijftig. Ze hebben veel uurwerken geleverd in België en in het buitenland, je komt die dus in veel torens tegen. Ze zijn echter in de meeste torens stilgelegd in de jaren vijftig en zestig, en vervangen door een elektrisch systeem: een kastje dat zo groot is als een thermostaat, met een elektrische draad naar boven. Daar staat een motor, en die zorgt ervoor dat de wijzers elke minuut verder gaan.

Het verschil met een mechanische klok, zoals hier in Haacht, is dat de wijzer hier constant in beweging is. Die loopt op een slinger. De slinger gaat 3.600 keer over en weer en dan is er een uur gepasseerd. Gelijk wanneer je hier naar boven kijkt, je hebt altijd de exacte tijd. Als je hier met de verrekijker naar de wijzerplaat kijkt, zie je letterlijk de wijzers bewegen. Ik heb ervoor gezorgd dat de mechanische klok wel dagelijks gecorrigeerd wordt door de atoomklok. Een atoomklok heb je thuis ook zonder dat je het weet: je steekt er een batterij in en de klok zet zichzelf automatisch op de juiste tijd, via een radiosignaal. De atoomklok in Frankfurt zendt dat signaal uit voor West-Europa.

Hoe werkt het mechanisme van onze Haachtse klok precies?

Klok Sint-RemigiuskerkAnke De Vries

Er is een chassis met twee vakken. De ene kant is het horloge, dat doet de wijzer vooruitgaan. Je ziet een stang vertrekken, vijftien meter naar omhoog, en daar is die verbonden met de wijzerplaat. Dat doet letterlijk de tijd vooruitgaan. Het andere gedeelte is het slagwerk. Je ziet ook een hefboom: dat is de connectie tussen de twee. Deze ronde doet één toer per uur, er staan achteraan twee ‘pinnen’ op. Die heffen de hefboom omhoog, die valt erover, het slagwerk komt vrij en het slagwerk slaat dan het uur. Achteraan heb je een telrad, een schijf met inkepingen: na elke slag schuift die een stand op. De kortste afstand is één uur, de langste twaalf uur. Als je dat mechanisme blokkeert, bijvoorbeeld door het elke avond om 22 uur stil te leggen, gaat de klok ’s ochtends wanneer je het mechanisme weer aanzet elf keer slaan. Je zou die schijf dan elke ochtend manueel juist moeten komen zetten.

Wat vind je het leukst aan je werk?

De blijdschap en verwondering van mensen, zeker bij speciale uurwerken of als je met iemand in de toren komt en er uitleg bij kunt geven. Het gaat om dingen die mensen meestal niet weten, maar waar ze dan plots de logica in vinden. Het uurwerk hier in Haacht is heel indrukwekkend, monden van bezoekers vallen vaak open. Veel elektrische systemen zijn sinds de jaren zestig al drie keer vervangen, want ze gaan maar twintig jaar mee. Dit mechanische systeem, daar zit nog geen sleet op. Dat overleeft generaties, en er is bijna geen onderhoud aan. De gouden regel bij het onderhoud is: je mag dingen aanpassen of automatiseren om de werking te verbeteren, maar alles wat je eraan toevoegt, moet je kunnen wegnemen zonder sporen achter te laten. Dit is een stuk erfgoed. 

Heb je nooit last van hoogtevrees?

Nee, helemaal niet. Als ik de lampjes moet veranderen op de wijzers, dan moet ik op de toren met een touw. Want de wijzers zijn verlicht ’s avonds, en die lampjes gaan natuurlijk niet eeuwig mee.

Wat is de mooiste klokkentoren waar je al hebt gewerkt?

Dat is een moeilijke vraag. Het Belfort van Gent is een mooie toren langs de buitenkant. De installatie in de Sint-Romboutstoren in Mechelen is wel interessanter. Elke toren heeft zijn karakter en het is overal anders, zeker bij die oudere installaties. De uurwerken van de Industriële Revolutie, zoals hier in Haacht, zijn qua werking allemaal ongeveer hetzelfde. Middeleeuwse uurwerken, dat is toch wat anders: zo is geen enkel hetzelfde. Dat maakt het ook weer moeilijk, want er zijn al bijna geen vakmensen. Dan heb je iets geleerd in Brugge en kom je vervolgens in Mechelen of Gent en is de installatie helemaal anders.

Is er een bijzonder moment of een ervaring die je nooit zult vergeten tijdens het werken aan een kerkklok?

Dat was het in dienst stellen van de installatie op Sint-Rombouts in Mechelen. Die klok stond stil sinds 1965, en in 2009 is ze weer opgestart na anderhalf jaar restaureren. Alles wat eraan voorafging, de opstart, de nazorg, … dat is een stuk van je leven en dat kan je niet vergeten, nu nog altijd niet. De klanken die toen in de stad te horen waren, hadden drie generaties nooit gehoord. Een klok van negen ton die zweeg sinds 1965. Als een klok decennialang stil heeft gestaan, zit er een laag corrosie op. Wanneer er de eerste keer een hamer van tweehonderd kilo op valt, hoor je dat amper. Maar doorheen de weken werden de klanken helderder en luider. Pas na jaren klinkt het zoals het hoort.

Welke rol vervullen klokken voor jou in een gemeenschap?

Velen hebben het meteen gezien als de klok stilstaat. Mensen die op het marktplein parkeren, stappen uit hun auto en kijken meteen naar boven, onbewust. Sommigen kijken dan ook nog eens naar hun horloge, om te kijken of het uur klopt. De klokslagen worden ook onbewust meegeteld. Je bent in je tuin aan het werk, en je ziet de klok niet maar je hoort ze wel tien keer slaan en je weet ‘ah, het is 10 uur’. Ondanks dat de klok op een kerktoren staat, is ze burgerlijk. Dat is geregeld door Napoleon. De meeste torens zijn zelfs overgedragen aan de gemeentes. Sint-Remigius in Haacht is een grote uitzondering, want de toren is van de kerkfabriek.

Heb je tips voor beginnende uurwerkmakers?

Kijk vooral met je ogen. Wees niet beschaamd om vragen te stellen. Ik zeg altijd: je mag de beste meubelmaker of de beste schrijnwerker zijn, maar als je geen inzicht hebt in die 3.600 schommelingen per uur en hoe je daartoe komt, dan zal je nooit een horlogemaker worden.

Abonneer je op onze nieuwsbrief