Voor de verklaring van Peerschat gaan we terug naar een originele Wespelaarse archieftekst die in 1695 geschreven werd. De aanhef van dat archiefstuk luidt: “Cohier van alle al sulcken goederen als sijn liggende onder den dorpe van Wespelaer, gemaekt tot voldoeninghe van het placcaet van zijne conincklijce majesteit vuytgesonden den 5den octobris 1695”.
De koning (van Spanje) liet via een affiche, die opgehangen werd aan de deur van de kerk, weten aan de inwoners van Wespelaar dat ze aangifte moesten doen van al hun goederen: huizen, velden en weiden. Ongetwijfeld om er dan een extra belasting op te heffen. Geld dat hij wellicht nodig had voor zijn krijgsverrichtingen.
In totaal werden 241 percelen aangegeven met een totale grootte van ongeveer 353,5 ha. Eén aangifte trekt de aandacht, die van Anna Philips die blijkbaar een huis bezit op een kleine 3,3 are dat grenst aan “het Aerdt gat vanden Clijnen Kauter…”. Dit valt te lezen op de aangifte: “Item Anna Philips heeft overgebrocht huysch ende hoff groot een dachwant, de heere van Wespelaer ter eenre, het Aerdt gat vanden Clijnen Kauter ter 2de ende de herbaen ter derdere sijden”.
Wat betekent die vierde regel: “aerdt gat vanden clijnen kauter”?
- - “Aert gat”: ‘gat’ betekent doorgang, poortje (denk aan het Engelse woord ‘gate’ en het Duitse ‘Gasse’) en dat doorgangetje leidde naar de “aert”. ‘Aert’ was tot in de 18de eeuw in Vlaams-Brabant de naam voor een ‘veld gelegen tussen twee hoofdwegen’. Aert-gat betekent dus doorgang naar het veld.
- - “Clijnen Kauter”: Kouter (komt van het Latijnse cultura = bebouwde grond, akker) werd al gebruikt in de 7de eeuw! Het gaat dus om het oudste akkercomplex van een dorp in wording. Blijkbaar was de Wespelaarse kouter dermate groot dat men het onderverdeelde in een ‘Kleine’ en een ‘Grote’ Kouter. Uit archiefonderzoek blijkt dat de Grote Kouter ter hoogte van de huidige E. Willemslaan lag. De Kleine Kouter lag noordelijker tegen de huidige Terwilgenstraat.
Dus het “Aerdt gat vanden Clijnen Kauter” betekent doorgang naar het veld van de oude akkers (tegen de Terwilgenstraat). Tijdens de 18de eeuw raakten begrippen als ‘aart’, ‘kouter’ en ‘gat’ in de vergetelheid. In Haacht lag er ook een ‘Aart-veld’ en daar maakten ze er ‘Erwteveld’ van sinds 1860. In Wespelaar evolueerde ‘Aart’ over ‘eert’ naar ‘Peer(t)’ en ‘Gat’ (= doorgang) evolueerde naar ‘Schat’. Aert-gat werd dus Peer-schat. Peerschat is een zijstraat van de Terwilgenstraat. Het is een voorbeeld van wat men met een moeilijk woord ‘volksetymologie’ noemt.
Met dank aan J.V. (voor HAGOK).

